Omzetting van de nieuwe Europese facturatieregels op het gebied van btw

Nieuws - 22/01/2013
-
Auteur(s): 
Benoît Lysy


De regering heeft de omzetting van de richtlijn 2010/45/EU betreffende de facturatieregels in het kader van het gemeenschappelijk btw-stelsel afgerond. De aanpassingen hebben meer bepaald betrekking op de uitreikingstermijn van de facturen, de verplichte vermeldingen die op facturen moeten voorkomen, de gebruiksmodaliteiten van de vereenvoudigde facturen en de verplichte overhandiging van specifieke kastickets. Deze nieuwe maatregelen zijn van toepassing sinds 1 januari 2013.
Uitreikingstermijn van de facturen
Voor de vrijgestelde intracommunautaire leveringen van goederen en intracommunautaire diensten waarvoor de belasting verschuldigd is door de afnemer van de diensten, legt de richtlijn 2006/112 (btw-richtlijn, gewijzigd door richtlijn 2010/45) op dat de factuur moet worden uitgereikt uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op die waarin het belastbare feit zich heeft voorgedaan, d.i. het tijdstip van de levering van de goederen of van de dienstverrichting (art. 222 van de btw-richtlijn). Voor de andere handelingen, en dus hoofdzakelijk de nationale handelingen, zijn de lidstaten vrij om de termijn die ze wensen vast te stellen.
België heeft ervoor gekozen om de uitreikingstermijen van de facturen te harmoniseren voor alle, zowel nationale als intracommunautaire, handelingen. Ons land heeft zich dus in overeenstemming gebracht met het bovenvermelde artikel 222 voor de intracommunautaire handelingen, en heeft de uitreikingstermijn voor nationale handelingen vastgesteld op de vijftiende dag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar is geworden over de prijs of een deel ervan.
Parallel hiermee verduidelijkt het koninklijk besluit dat voor diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen (art. 22, §2, 1e lid van het Btw-Wetboek), het stuk uiterlijk moet worden uitgereikt op de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van de periode waarop de afrekening of de betaling betrekking heeft, terwijl voor doorlopende diensten die gedurende een periode langer dan één jaar geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode (artikel 22, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek), het stuk wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van elk kalenderjaar.
Tot slot wordt de uitreikingstermijn ook herzien voor het opstellen van een wachtdocument door de medecontractant die schuldenaar is van de belasting ingevolge een intracommunautaire verwerving van goederen (art. 9 van het koninklijk besluit nr. 1) alsook in de gevallen waarbij de belasting wordt verlegd meer bepaald met betrekking tot werken in onroerende staat (art. 20, KB nr. 1), leveringen van goud (art. 20bis, KB nr. 1) en overdrachten van broeikasgasemissierechten (artikel 20ter, KB nr. 1). In deze gevallen moet het stuk uiterlijk worden uitgereikt op de vijftiende dag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar wordt.
Vermeldingen op de facturen en andere stukken
Het koninklijk besluit van 19 december 2012 dat de richtlijn 2010/45 omzet, wijzigt bepaalde vermeldingen die op de facturen moeten voorkomen, meer bepaald de tarieven van de belasting en het totaal bedrag van de te betalen of te herziene belasting. Dat bedrag moet voortaan worden uitgedrukt in de nationale munteenheid van de lidstaat die de toe te passen regels bepaalt voor de uitreiking van de facturen en niet langer van de lidstaat waar zich de plaats van de levering van goederen of van de dienstverrichting bevindt (art. 5, § 1, 9° KB nr.1).
Op de facturen moeten ook nieuwe vermeldingen voorkomen, zoals de vermelding ‘Btw verlegd’ in de plaats van de vermelding van de tarieven en van het totaal bedrag van de verschuldigde belasting wanneer de belasting verschuldigd is door de medecontractant of de vermelding ‘factuur uitgereikt door afnemer’ wanneer de medecontractant de factuur uitreikt in naam en voor rekening van de leverancier of de dienstverrichter (art. 5, § 1, 9°bis en 9°ter, art. 20, 20bis en 20ter KB nr. 1). Ook moeten nieuwe vermeldingen worden opgenomen bij toepassing van de bijzondere regeling voor reisbureaus (art. 5, § 1, 10°bis KB nr. 1) of van de bijzondere regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten (art. 5, § 1, 10°ter KB nr. 1).
Vereenvoudigde facturen
Het nieuwe koninklijk besluit verduidelijkt voortaan ook de gevallen waarin de belastingplichtige een vereenvoudigde factuur mag uitreiken en vult de minimale vermeldingen aan die op deze factuur moeten voorkomen (art. 13 KB nr. 1). Zo mag een vereenvoudigde factuur worden uitgereikt:
wanneer het bedrag van de factuur (excl. btw) niet hoger is dan 100 €;
wanneer de handels- of administratieve praktijken van de betrokken bedrijfssector of de technische voorwaarden waaronder die facturen worden uitgereikt de naleving bemoeilijken van alle opgelegde verplichtingen (maar in dat geval moeten er bijzondere voorwaarden zijn bepaald door de Minister van Financiën);
en wanneer het gaat om verbeterende stukken, waarbij dit stuk een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur moet bevatten, alsook de specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen.
Met betrekking tot de minimale vermeldingen die de vereenvoudigde factuur moet bevatten, maakt België gebruik van de mogelijkheid die wordt geboden door art. 227 van de btw-richtlijn om de vermelding te eisen van het btw-identificatienummer van de verkrijger of de ontvanger. Als de vereenvoudigde factuur een oorspronkelijke factuur wijzigt en er op specifieke en ondubbelzinnige wijze naar verwijst, moet in de vereenvoudigde factuur voortaan een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar deze oorspronkelijke factuur worden opgenomen, alsook de specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen.
Kastickets
Voortaan moet een exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt alsmede een traiteur die regelmatig cateringdiensten verricht aan de (belastingplichtige of niet-belastingplichtige) klant een specifiek kasticket uitreiken voor alle handelingen die zij in de uitoefening van hun economische activiteit verrichten. Dit kasticket moet worden uitgereikt op het tijdstip van de voltooiing van de dienst of van de levering van de goederen en moet de vereiste wettelijke vermeldingen bevatten (nieuw art. 21bis KB nr. 1).
Wanneer de jaaromzet (excl. btw) van de exploitant of de traiteur echter lager is dan het bedrag dat hiertoe werd vastgesteld door de Minister van Financiën, zijn ze vrijgesteld van het uitreiken van het kasticket, maar moeten ze de rekening of het ontvangstbewijs uitreiken die worden bedoeld in artikel 22 van het KB nr. 1.
Opgelet! Aangezien het specifieke kasticket dat wordt bedoeld in het nieuwe artikel 21bis rechtstreeks verband houdt met een kasregister dat nog niet beschikbaar is op de markt, mogen de exploitant en de traiteur van 1 januari 2013 tot 31 december 2014 tickets blijven uitreiken door middel van een kasregister dat in dienst werd gesteld vóór 1 januari 2014 of, bij ontstentenis, de rekening of het ontvangstbewijs die worden bedoeld in artikel 22 van het KB nr. 1 uitreiken.
Diverse wijzigingen
Naast een aanzienlijk update van de tekst van het KB nr. 1 (bijwerking van de referenties naar de artikels, schrappen van dubbele informatie), brengt het koninklijk besluit ook enkele verduidelijkingen aan met betrekking tot goederen die het voorwerp uitmaken van expertises en de bewaring van bepaalde documenten.
Zo moeten in het register waarin de belastingplichtige de goederen moet inschrijven die hij heeft verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat van de Gemeenschap, in het kader van werkzaamheden die op deze goederen moeten worden verricht, voortaan ook de goederen worden vermeld die worden verzonden met het oog op het uitvoeren van een expertise van deze goederen (art. 23 KB nr. 1).
Op te merken valt eveneens dat de Minister van Financiën voortaan de mogelijkheid heeft om een kortere bewaringstermijn toe te kennen voor andere stukken dan facturen en boeken, indien deze bewaring aanleiding geeft tot ernstige moeilijkheden (art. 8 KB nr. 1).
Inwerkingtreding
Deze verschillende bepalingen hebben uitwerking sinds 1 januari 2013.
Bron:Koninklijk besluit van 19 december 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, BS 31 december 2012.

Extra informatie:
- Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, BS, 17 juli 1969.
- Koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, BS, 31 december 1992.
- Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, PB L 247 van 11 december 2006, Errat., PB L 335 van 20 december 2007.
- Richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de factureringsregels betreft, PB L 189 van 22 juli 2010, Errat., PB L 210 van 11 augustus 2010.



Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving voor uw vzw?