Vlaamse doelgroepvermindering voor jonge en oudere werknemers vanaf 1 juli 2016

Nieuws - 23/08/2016
-
Auteur(s): 
Steven Bellemans


De Vlaamse Regering heeft het doelgroepenbeleid herleid tot 3 doelgroepen: de jongeren, de 55-plussers en de personen met een arbeidshandicap. Het decreet houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid legt de basis voor die operatie. Nu is ook het bijhorende uitvoeringsbesluit verschenen.

Dankzij de uitvoering van de zesde staatshervorming zijn de regio’s bevoegd om een eigen beleid uit te werken. Op die manier kan Vlaanderen zelf verminderingen van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid toekennen aan bepaalde doelgroepen. Vlaanderen heeft op die manier nieuwe doelgroepverminderingen uitgewerkt voor jongeren en ouderen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Die lastenverlagingen — een korting dus op de socialezekerheidsbijdragen — zijn op 1 juli 2016 van start gegaan.

Jonge werknemers

Het doelgroependecreet van 4 maart 2016 heeft het scholingscriterium uitgebreid en stelt een door de Vlaamse Regering te bepalen loongrens voorop. Het gaat telkens om aanpassingen van de programmawet (I) van 24 december 2002.

Er gelden uiteraard voorwaarden die te maken hebben met de vestigingsplaats, de aard van de werkgever, en met de leeftijd, de scholingsgraad en het loonniveau van de werknemer. Die voorwaarden komen in de eerste plaats aan bod in het basisdecreet, geïntegreerd in de programmawet, en nu worden ze verder uitgewerkt. De startbaanverplichting als voorwaarde voor de doelgroepvermindering is geschrapt. Die verplichting is trouwens een federale bevoegdheid gebleven.

Het decreet omschrijft ook de begrippen ‘laaggeschoold’ en ‘middengeschoold’, gelijkstellingen zijn mogelijk:

  •  laaggeschoold: ‘de jonge werknemer heeft geen diploma van secundair onderwijs of een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma of getuigschrift’;
  •    middengeschoold: ‘de jonge werknemer heeft hoogstens een diploma van secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma of getuigschrift’.

De nieuwe regeling wordt geïntegreerd in het KB op de harmonisering van de verminderingen van socialezekerheidsbijdragen:

  1. De doelgroepvermindering voor de tewerkstelling tijdens de opleiding van leerlingen bestaat uit een forfaitaire vermindering G1 (1.000 euro) per kwartaal tijdens de duur van hun tewerkstelling. Na afloop van de opleiding als leerling, kan de werkgever een beroep doen op de ‘doelgroepvermindering voor jonge werknemers’.
  2. De doelgroepvermindering voor de tewerkstelling van laaggeschoolde jonge werknemers die op de laatste dag van het kwartaal van de indienstneming de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben, bestaat uit een forfaitaire vermindering G6 (1.150 euro) tijdens het kwartaal van die indienstneming en de 7 daaropvolgende kwartalen.
  3. De doelgroepvermindering voor de tewerkstelling van middengeschoolde jonge werknemers die op de laatste dag van het kwartaal van de indienstneming de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben, bestaat uit een forfaitaire vermindering G1 (1.000 euro) tijdens het kwartaal van de indienstneming en de 7 daaropvolgende kwartalen.

Deze doelgroepverminderingen worden per kwartaal toegekend vanaf de datum van de eerste indienstneming van de laaggeschoolde of middengeschoolde jonge werknemer die plaatsvindt vanaf 1 juli 2016.

Als de werkgever een jonge werknemer opnieuw in dienst neemt binnen een periode van 4 kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd. De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode niet waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend.

Het refertekwartaalloon van de jonge werknemer is lager dan de door de Vlaamse Regering bepaalde loongrens. Die loongrens bedraagt:

  •    7.500 euro gedurende het kwartaal van de indienstneming en de 3 daaropvolgende kwartalen;
  •    8.100 euro gedurende de daaropvolgende 4 kwartalen.

De werkgever krijgt de doelgroepvermindering voor een jonge werknemer die laaggeschoold of middengeschoold is alleen als die op de laatste dag van het kwartaal over een elektronisch dossier beschikt waarin de Vlaamse arbeidsbemiddelaar VDAB de scholingsgegevens van de jonge werknemer beheert.

Als het elektronisch dossier wordt opgemaakt na de laatste dag van het kwartaal van de indienstneming, wordt de periode waarin de doelgroepvermindering kan worden toegekend, verminderd met de periode die aanvangt op de dag van de indienstneming en die eindigt op de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal van de opmaak van het elektronisch dossier.

De VDAB zorgt voor de elektronische overdracht van de gegevens die nodig zijn om op een geautomatiseerde manier het recht op de doelgroepvermindering te beoordelen. De werkgever of werknemer die de juistheid van de gegevens betwist, kan bij het Departement Werk en Sociale Economie een aanvraag tot wijziging indienen, waarbij hij de nodige bewijsstukken aanlevert.

Oudere werknemers

Ook voor de doelgroep van de oudere werknemers heeft de Vlaamse Regering de bevoegdheid gekregen om een doelgroepvermindering uit te werken. De basisregels - met minimale decretale voorwaarden — zitten ook in de programmawet van 24 december 2002 (I).

Enkel werkgevers uit de privésector (werknemers van categorie 1, net al voordien) komen in aanmerking. De leeftijdsgrens werd opgetrokken tot 55 jaar en er is sprake van ‘zittende werknemers’ en aanwervingen van ‘oudere niet-werkende werkzoekenden’. Een en ander wordt nu verder uitgewerkt, en ook hier hanteert men een loongrens.

Ook hier worden de uitvoeringsbepalingen geïntegreerd in het KB op de harmonisering van de verminderingen van socialezekerheidsbijdragen:

1/ De doelgroepvermindering voor de oudere zittende werknemer bestaat uit:

  •    een forfaitaire vermindering G4 (600 euro) als de oudere zittende werknemer op de laatste dag van het kwartaal van zijn tewerkstelling minimaal 55 jaar is;
  •    een forfaitaire vermindering G6 (1.150 euro) als de oudere zittende werknemer op de laatste dag van het kwartaal van zijn tewerkstelling minimaal 60 jaar is.

2/ De doelgroepvermindering voor de indienstneming van oudere niet-werkende werkzoekenden bestaat uit:

  •    een forfaitaire vermindering G6 (1.150 euro) tijdens het kwartaal van de indienstneming en de 7 daaropvolgende kwartalen, als de aangeworven werknemer op de laatste dag van het kwartaal van de indienstneming minimaal 55 jaar is en de leeftijd van 60 jaar niet heeft bereikt;
  •    een forfaitaire vermindering G8 (1.500 euro) tijdens het kwartaal van de indienstneming en de 7 daaropvolgende kwartalen, als de aangeworven werknemer op de laatste dag van het kwartaal van de indienstneming minimaal 60 jaar is en de pensioenleeftijd niet heeft bereikt.

Onder ‘oudere niet-werkende werkzoekenden’ worden personen verstaan die :

  •    bij de VDAB ingeschreven zijn als een niet-werkende werkzoekende;
  •    gedurende de voorbije 4 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van hun indienstneming niet zijn tewerkgesteld bij de werkgever die de doelgroepvermindering aanvraagt.

Als aan een werkgever een doelgroepvermindering is toegekend voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen een periode van 4 kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd. De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode niet waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend. Net als bij de doelgroepvermindering voor jongeren.

Het refertekwartaalloon van de oudere werknemer is lager dan de door de Vlaamse Regering bepaalde loongrens. Die loongrens bedraagt 13.400 euro.

De VDAB bezorgt via elektronische weg aan de instelling die belast is met de inning en de invordering van de socialezekerheidsbijdragen, alle gegevens die die instelling nodig heeft om op een geautomatiseerde manier het recht op de doelgroepvermindering voor de oudere niet-werkende werkzoekenden, te beoordelen.

Vereenvoudiging

De invoering van de nieuwe doelgroepverminderingen gaat gepaard met een aanzienlijke vereenvoudiging. Dat blijkt uit het basisdecreet en het nieuwe uitvoeringsbesluit, en dat wordt ook bevestigd op de website van de Vlaamse overheid.

Globaal genomen verdwijnen Activa, Activa Start, Activa Handicap, de tewerkstellingspremie 50+ en de doelgroepvermindering voor herstructureringen, zo vat de Vlaamse overheid het samen. De toegekende voordelen die lopen op de datum van afschaffing, lopen wel verder tot uiterlijk 31 december 2018.

Heel die operatie resulteert in een lange lijst slotbepalingen. Het gaat om de opheffing van bepalingen in het KB van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden en in het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991.

De volgende regelingen worden ook opgeheven:

  •    KB van 9 juni 1997 (doorstromingsprogramma's);

  •    KB van 11 juli 2002 (maatschappelijke integratie in het kader van het Activaplan);

  •    KB van 11 juli 2002 (maatschappelijke integratie via een doorstromingsprogramma);

  •    KB van 11 juli 2002 (invoeginterim);

  •    KB van 14 november 2002 (financiële maatschappelijke hulp in het kader van het Activaplan);

  •    KB van 14 november 2002 (financiële maatschappelijke hulp bij een doorstromingsprogramma);

  •    KB van 14 november 2002 (financiële maatschappelijke hulp in het kader van de invoeginterim);

  •    KB van 29 maart 2006 (tewerkstelling van laaggeschoolde of erg laag geschoolde jongeren);

  •    Besluit van 28 april 2006 (tewerkstellingspremie);

  •    Besluit van 10 juli 2008 (werkervaring).

Overgangsbepalingen

Daarbij hoort ook een lijst met overgangsbepalingen, telkens met verwijzingen naar de voorwaarden, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regels:

  •    de werknemers die uiterlijk op 31 december 2016 in dienst zijn getreden, behouden hun integratie-uitkering tot uiterlijk 31 december 2018;

  •    de werknemers met een verminderde arbeidsgeschiktheid die uiterlijk op 30 juni 2016 in dienst zijn getreden, behouden hun werkuitkering tot uiterlijk 31 december 2018;

  •    de werknemers die uiterlijk op 31 december 2016 in dienst zijn getreden, behouden hun werkuitkering tot uiterlijk 31 december 2018;

  •    voor werknemers die uiterlijk op 31 december 2016 in dienst zijn getreden, behouden de uitzendbureaus de voordelen in het kader van invoeginterim tot uiterlijk 31 december 2018;

  •    voor werknemers die uiterlijk op 31 december 2016 in dienst zijn getreden, behouden werkgevers tot uiterlijk 31 december 2018 de werkgeversbijdragevermindering van het Activaplan;

  •    voor werknemers die zijn ontslagen in het kader van een herstructurering en uiterlijk op 31 december 2016 in dienst zijn getreden, behouden werkgevers tot uiterlijk 31 december 2018 een doelgroepvermindering;

  •    voor jonge werknemers die uiterlijk op 30 juni 2016 in dienst zijn getreden, behouden werkgevers een doelgroepvermindering tot uiterlijk 31 december 2018;

  •    voor de jongere die uiterlijk op 30 juni 2016 is tewerkgesteld, krijgt de werkgever een doelgroepvermindering als laaggeschoolde of middengeschoolde jongere. De doelgroepvermindering wordt in voorkomend geval toegekend vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarop de jongere de leeftijd van 19 jaar bereikt;

  •    jonge werknemers die uiterlijk op 30 juni 2016 in dienst zijn getreden, behouden hun werkuitkering;

  •    voor werknemers die vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe regels verhuizen naar een ander gewest loopt de integratieuitkering of de werkuitkering, onverminderd verder tot en met de laatste dag van de maand volgend op de datum van de kennisname van die verhuis door de RVA;

  •    voor werknemers die uiterlijk op 30 juni 2016 in dienst zijn getreden, blijven werkgevers hun tewerkstellingspremie behouden tot uiterlijk 31 december 2018.

In werking

Globaal genomen treedt het uitvoeringsbesluit van 10 juni 2016 in werking op 1 juli 2016. Maar er zijn nog heel wat regels die later – op 1 januari 2019 – pas in werking treden. Dat zijn de meeste opheffingsbepalingen. Voor de opheffing van de regels betreffende de werkervaring en het doorstromingsprogramma is dat 1 september 2016.

Een decreet van 23 november 2012 met bepalingen over het elektronisch platform treedt ook grotendeels in werking op 1 juli 2016.

Parallel hanteert men ook vergelijkbare data van inwerkingtreding voor de bijhorende bepalingen uit het basisdecreet houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid.

Bron

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 tot uitvoering van het decreet van 4 maart 2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid, BS 28 juni 2016

Zie ook:

— Decreet van 4 maart 2016 houdende het Vlaamse doelgroepenbeleid, BS 4 april 2016

— Programmawet (I) van 24 december 2002, BS 31 december 2002





Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving voor uw vzw?